
Regie: Steven Soderbergh
Waar: Kijkhuis, dagelijks 22:00 uur
De regisseur van Che: The Argentine, Steven Soderbergh, maakte een ingetogen tweeluik over Erneste Guevara. Hij baseerde de films, want er zijn twee delen, op de overpeinzingen van de arts Guevara: “Reminiscences of the Cuban Revolutionary War”. Wie dit weekend verkoeling zoekt en daarbij een bespiegelende en leerzame film niet wil ontberen, rept zich naar het Kijkhuis waar deel een nog te zien is. Spijt zul je er niet van hebben. Bovendien staat deel twee voor volgende week geprogrammeerd!
Soderbergh leerden we eind jaren tachtig kennen met Sex, Lies and Videotape (1989). Toen liet hij zien dat hij een cineast pur sang is, eentje van wie we meer zouden gaan horen. En hij vervolgde met een indrukwekkend oeuvre, een kleine greep: Kafka (1991), King of the Hill (1993), Underneath (1995), Erin Brokovich (2000), Traffic (2001) en The Good German (2006).
Che: The Argentine wordt fragmentarisch verteld. Soderbergh springt heen en weer in de tijd en blijft dat grotendeels doen. Daarbij legt hij niets uit, wat hem overigens niet valt kwalijk te nemen. Wie meer wil weten over het onderwerp kan er een boek over lezen. Dus in deze ingekorte versie vaart Guevara in 1956 met 82 bannelingen vanuit Mexico naar Cuba om daar de revolutie in gang te zetten. Het plan mislukt en de 12 overgeblevenen (waaronder Fidel en Raùl Castro) hergroeperen zich in de bergen. In 1959 lukt het de ‘Beweging van de 26ste juli’ (M-26-7), zoals de revolutionairen zich noemden, het bewind van de dictator Batista omver te gooien. Daarbij worden ze gesteund door de meerderheid van de Cubaanse bevolking.
De rode draad door de film zijn de, zogenaamd authentieke, zwart-witbeelden van het bezoek van Guevara aan New York in december 1964. Tijdens dat bezoek spreekt Guevara op indrukwekkende en overgetelijke wijze de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe en wordt hij geinterviewd door de journaliste Lisa Howard (Julia Ormond). Hij ontmoet er ook de beruchte MacArthy die zelfs kan glimlachen om de openheid van deze charismatische aanvoerder in legergroen.
Met Che: The Argentine vervalt Soderbergh niet in dramatische clichés: violen ontbreken en ook de vaak gekunstelde manier om de motivatie van de hoofdpersoon te verduidelijken laat hij uitdrukkelijk weg. Soderbergh observeert slechts en zit de ingetogen Del Torro dicht op de huid. De militarie actie-scenes zijn niet sensationeel. Vaak is er maar een camerastandpunt en nauwelijks montage. Daardoor krijgen de beelden iets journalistieks en integers. Benicio del Torro heeft mij voor altijd overtuigd dat hij een van de beste contemporaine acteurs is. In Cannes ontving hij terecht een onderscheiding voor zijn rol als Guevara. Naast acteur was hij overigens ook een van de producers.
Voor de een was Guevara een terrorist, voor de ander een vrijheidsstrijder. In de vertelling van Soderbergh is Guevara vooral dat laatste. Uiteindelijk groeit hij uit tot de inspirerende revolutionair die ondanks zijn asthma vecht voor de revolutie die volgens zijn zeggen nooit ten einde komt. Guevara is een man met principes die hij zelf naleeft. Hij leest veel, weet waar die over praat en is welbespraakt. In de Motorcycle Diaries (2004) konden we al zien dat Guevara een uitstekende opvoeding genoot. En dat zijn motorreis als jonge arts hem op een ander pad zette dan zijn ouders zich wellicht hadden voorgesteld.
Voor de Amerikanen was Cuba een geval van ‘communism through the back door’. En Castro en Guevara belichaamden dit gevaar. Toen Guevara in 1964 New York bezocht waren er complotten om hem om het leven te brengen. Ook dat suggereert Soderbergh doeltreffend. Drie jaren later komt Guevara alsnog aan zijn eind, met inmenging van de CIA. Maar dat zal in deel twee (volgende week dus) aan de orde komen. Ga eerst deel een zien!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten