
Regie: Yojiro Takita
Waar: Kijkhuis, dagelijks 22:00 uur
Een van de kenmerken van Japanse cinema is de hoge mate van esthetiek zonder daarbij per se zweverig te worden. De Japanse cultuur is rijk aan rituelen. Een van die rituelen is het afleggen van de overledene onder toeziend oog van de nabestaanden. De procedure is volgens strakke regels opgesteld door de eigenaar van NK agency, Sasaki. Zijn onderneming vormt het decor voor de zoektocht van Daigo die door het lot op een onalledaags pad uitkomt.
Daigo Kobayashi (Masahiro Motoki) raakt werkeloos als cellist wanneer zijn orkest wordt opgeheven. Het dure leven in Tokio dwingt hem om samen met zijn vrouw Mika (Ryoko Hirosue) te verhuizen naar zijn geboortedorp. Zijn overleden moeder heeft hem haar huis, een voormalige bar, en haar enorme collectie LP’s achtergelaten. Alle muziek was van Daigo’s vader die het gezin verliet om er met een jonge deerne vandoor te gaan toen Daigo zes jaar was. Vader was het ook die hem stimuleerde de cello te spelen, het Wiegenlied van Brahms was zijn favoriet.
Om brood op de plank te krijgen gaat Daigo, veroorzaakt door een misverstand, werken bij een begravenisondernemer. De eigenaar, Sasaki, vraagt hem of Daigo een harde werker is. Wanneer deze dat kan bevestigen neemt Sasaki hem aan omdat hij weet dat dit bizarre werk Daigo’s roeping is. Aanvankelijk schaamt Daigo zich voor zijn nieuwe baan. Hij vertelt niets aan zijn vrouw Mika die er uiteindelijk natuurlijk toch achterkomt. Als ze hem dwingt onmiddelijk hiermee te stoppen en hem dreigt met haar vertrek naar Tokio, laat Daigo haar gaan omdat hij vindt dat hij een verantwoordelijkheid heeft naar Sasaki en naar de doden en nabestaanden.
Zo zijn we getuige van verschillende afleggingen die regelmatig gepaard gaan met heftige emoties van de nabestaanden. Daigo doet het met een enorme toewijding en uiteindelijk weet hij bij de teruggekeerde Mika en een locale vriend respect af te dwingen wanneer een bijzonder sterfgeval hen bij elkaar brengt.
Takita, in eigen land een gevierd regisseur, brak internationaal door met The City that never sleeps (1993) en The Last Sword (2003). Het idée voor deze film heeft lang gebroed in het hoofd van de filmmaker. Hij bezocht begravenissen en ceremonies. De acteur die Daigo speelt, Masahiro Motoki, heeft een aantal jaren celloles genomen en ging in de leer bij een begravenisondernemer. Het verhaal is losjes geïnspireerd op het dagboek van een boeddhistische begravenisondernemer, Aoki Shinmon. Takita was bezorgd dat zijn film niet zou aanslaan. De dood is immers een groot taboe in Japan. Maar terecht heeft Departures heel wat prijzen in de wacht gesleept, in Azië en daarbuiten, onder andere de oscar voor Best Foreign Language film van 2009. De mooie Motoki, bekend van zijn rol in het briljante Shall We Dance? is ook dit maal weer een plezier om naar te kijken.
De soundtrack van de film bestaat onder andere uit het Wiegenlied en ook Ode an die Freude. Al duurt de film 130 minuten lang, vervelen deed ik me geen moment. Departures is een pure, emotionele, en niet platte film die iedereen zou moeten zien. Ondanks het onderwerp is er veel lichtheid en humor. De omgeving is voortdurend in ontwikkeling, het is lente en zomer én het is winter. En mensen, het valt op hoe jong ze vaak zijn, gaan dood. Maar gelukkig is er iemand als Daigo, die de dood tegen elk oordeel in verheft tot een levenskunst.
