vrijdag 17 juli 2009

Departures (Okuribito)


Regie: Yojiro Takita
Waar: Kijkhuis, dagelijks 22:00 uur

Een van de kenmerken van Japanse cinema is de hoge mate van esthetiek zonder daarbij per se zweverig te worden. De Japanse cultuur is rijk aan rituelen. Een van die rituelen is het afleggen van de overledene onder toeziend oog van de nabestaanden. De procedure is volgens strakke regels opgesteld door de eigenaar van NK agency, Sasaki. Zijn onderneming vormt het decor voor de zoektocht van Daigo die door het lot op een onalledaags pad uitkomt.

Daigo Kobayashi (Masahiro Motoki) raakt werkeloos als cellist wanneer zijn orkest wordt opgeheven. Het dure leven in Tokio dwingt hem om samen met zijn vrouw Mika (Ryoko Hirosue) te verhuizen naar zijn geboortedorp. Zijn overleden moeder heeft hem haar huis, een voormalige bar, en haar enorme collectie LP’s achtergelaten. Alle muziek was van Daigo’s vader die het gezin verliet om er met een jonge deerne vandoor te gaan toen Daigo zes jaar was. Vader was het ook die hem stimuleerde de cello te spelen, het Wiegenlied van Brahms was zijn favoriet.

Om brood op de plank te krijgen gaat Daigo, veroorzaakt door een misverstand, werken bij een begravenisondernemer. De eigenaar, Sasaki, vraagt hem of Daigo een harde werker is. Wanneer deze dat kan bevestigen neemt Sasaki hem aan omdat hij weet dat dit bizarre werk Daigo’s roeping is. Aanvankelijk schaamt Daigo zich voor zijn nieuwe baan. Hij vertelt niets aan zijn vrouw Mika die er uiteindelijk natuurlijk toch achterkomt. Als ze hem dwingt onmiddelijk hiermee te stoppen en hem dreigt met haar vertrek naar Tokio, laat Daigo haar gaan omdat hij vindt dat hij een verantwoordelijkheid heeft naar Sasaki en naar de doden en nabestaanden.

Zo zijn we getuige van verschillende afleggingen die regelmatig gepaard gaan met heftige emoties van de nabestaanden. Daigo doet het met een enorme toewijding en uiteindelijk weet hij bij de teruggekeerde Mika en een locale vriend respect af te dwingen wanneer een bijzonder sterfgeval hen bij elkaar brengt.

Takita, in eigen land een gevierd regisseur, brak internationaal door met The City that never sleeps (1993) en The Last Sword (2003). Het idée voor deze film heeft lang gebroed in het hoofd van de filmmaker. Hij bezocht begravenissen en ceremonies. De acteur die Daigo speelt, Masahiro Motoki, heeft een aantal jaren celloles genomen en ging in de leer bij een begravenisondernemer. Het verhaal is losjes geïnspireerd op het dagboek van een boeddhistische begravenisondernemer, Aoki Shinmon. Takita was bezorgd dat zijn film niet zou aanslaan. De dood is immers een groot taboe in Japan. Maar terecht heeft Departures heel wat prijzen in de wacht gesleept, in Azië en daarbuiten, onder andere de oscar voor Best Foreign Language film van 2009. De mooie Motoki, bekend van zijn rol in het briljante Shall We Dance? is ook dit maal weer een plezier om naar te kijken.

De soundtrack van de film bestaat onder andere uit het Wiegenlied en ook Ode an die Freude. Al duurt de film 130 minuten lang, vervelen deed ik me geen moment. Departures is een pure, emotionele, en niet platte film die iedereen zou moeten zien. Ondanks het onderwerp is er veel lichtheid en humor. De omgeving is voortdurend in ontwikkeling, het is lente en zomer én het is winter. En mensen, het valt op hoe jong ze vaak zijn, gaan dood. Maar gelukkig is er iemand als Daigo, die de dood tegen elk oordeel in verheft tot een levenskunst.

zaterdag 4 juli 2009

Che: The Argentine



Regie: Steven Soderbergh
Waar: Kijkhuis, dagelijks 22:00 uur

De regisseur van Che: The Argentine, Steven Soderbergh, maakte een ingetogen tweeluik over Erneste Guevara. Hij baseerde de films, want er zijn twee delen, op de overpeinzingen van de arts Guevara: “Reminiscences of the Cuban Revolutionary War”. Wie dit weekend verkoeling zoekt en daarbij een bespiegelende en leerzame film niet wil ontberen, rept zich naar het Kijkhuis waar deel een nog te zien is. Spijt zul je er niet van hebben. Bovendien staat deel twee voor volgende week geprogrammeerd!

Soderbergh leerden we eind jaren tachtig kennen met Sex, Lies and Videotape (1989). Toen liet hij zien dat hij een cineast pur sang is, eentje van wie we meer zouden gaan horen. En hij vervolgde met een indrukwekkend oeuvre, een kleine greep: Kafka (1991), King of the Hill (1993), Underneath (1995), Erin Brokovich (2000), Traffic (2001) en The Good German (2006).

Che: The Argentine wordt fragmentarisch verteld. Soderbergh springt heen en weer in de tijd en blijft dat grotendeels doen. Daarbij legt hij niets uit, wat hem overigens niet valt kwalijk te nemen. Wie meer wil weten over het onderwerp kan er een boek over lezen. Dus in deze ingekorte versie vaart Guevara in 1956 met 82 bannelingen vanuit Mexico naar Cuba om daar de revolutie in gang te zetten. Het plan mislukt en de 12 overgeblevenen (waaronder Fidel en Raùl Castro) hergroeperen zich in de bergen. In 1959 lukt het de ‘Beweging van de 26ste juli’ (M-26-7), zoals de revolutionairen zich noemden, het bewind van de dictator Batista omver te gooien. Daarbij worden ze gesteund door de meerderheid van de Cubaanse bevolking.

De rode draad door de film zijn de, zogenaamd authentieke, zwart-witbeelden van het bezoek van Guevara aan New York in december 1964. Tijdens dat bezoek spreekt Guevara op indrukwekkende en overgetelijke wijze de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe en wordt hij geinterviewd door de journaliste Lisa Howard (Julia Ormond). Hij ontmoet er ook de beruchte MacArthy die zelfs kan glimlachen om de openheid van deze charismatische aanvoerder in legergroen.

Met Che: The Argentine vervalt Soderbergh niet in dramatische clichés: violen ontbreken en ook de vaak gekunstelde manier om de motivatie van de hoofdpersoon te verduidelijken laat hij uitdrukkelijk weg. Soderbergh observeert slechts en zit de ingetogen Del Torro dicht op de huid. De militarie actie-scenes zijn niet sensationeel. Vaak is er maar een camerastandpunt en nauwelijks montage. Daardoor krijgen de beelden iets journalistieks en integers. Benicio del Torro heeft mij voor altijd overtuigd dat hij een van de beste contemporaine acteurs is. In Cannes ontving hij terecht een onderscheiding voor zijn rol als Guevara. Naast acteur was hij overigens ook een van de producers.

Voor de een was Guevara een terrorist, voor de ander een vrijheidsstrijder. In de vertelling van Soderbergh is Guevara vooral dat laatste. Uiteindelijk groeit hij uit tot de inspirerende revolutionair die ondanks zijn asthma vecht voor de revolutie die volgens zijn zeggen nooit ten einde komt. Guevara is een man met principes die hij zelf naleeft. Hij leest veel, weet waar die over praat en is welbespraakt. In de Motorcycle Diaries (2004) konden we al zien dat Guevara een uitstekende opvoeding genoot. En dat zijn motorreis als jonge arts hem op een ander pad zette dan zijn ouders zich wellicht hadden voorgesteld.

Voor de Amerikanen was Cuba een geval van ‘communism through the back door’. En Castro en Guevara belichaamden dit gevaar. Toen Guevara in 1964 New York bezocht waren er complotten om hem om het leven te brengen. Ook dat suggereert Soderbergh doeltreffend. Drie jaren later komt Guevara alsnog aan zijn eind, met inmenging van de CIA. Maar dat zal in deel twee (volgende week dus) aan de orde komen. Ga eerst deel een zien!






Volgers

HC CAFE

Mijn foto
Germany
Oude filmrecensies vanuit het HC Cafe met uitbaters Paul Arentshorst en Daan Schuijt, zaterdagmiddag van 17:00 - 19:00