maandag 19 oktober 2009

District 9



Regie: Neill Blomkamp
Scenario: Neill Blomkamp & Terri Thatchell

Waar: Lido, dagelijks 21:30 (check web site)

Tagline: You are not welcome here

Liefhebbers en kenners van het scifi-genre zullen bij District 9 nauwelijks verrast worden. Net als na het zien van Alive in Joburg, de korte film die Blomkamp in 2006 maakte en die als uitgangspunt diende. Blomkamp, hoewel een veelbelovend regisseur, is onderdeel van een nieuwe generatie filmmakers: de zogenaamde ‘cut-and-paste generatie’. Blomkamp heeft gekeken bij de meesters: Paul Verhoeven, Ridley Scott en James Cameron. De film heeft al 163 miljoen dollar weten te genereren en heeft het krappe budget van 30 miljoen dus ruimschoots terug verdiend. Alive in Joburg moet dus wel wat hebben weten los te maken bij de financierders...

Link naar Alive in Joburg (2006)de korte film waar District 9 op is gebaseerd.

District 9 is de naam van een township in Johannesburg dat door de MNU (Multi National United) bewaakt en nu geëvacueerd gaat worden. MNU is een brede overheidsorganisatie die zich bezighoudt met secrete zaken, defensie en D-9. In D-9 leven ongeveer een miljoen garnaal-krabachtige wezens. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw zijn ze met een enorm ruimteschip blijven hangen boven Johannesburg. Toen men na een tijdje aan boord ging van het ruimteschip, trof men de wezens uitgemergeld aan en waren de aliens niet kwaadaardig. Men stopte ze in een kamp: district-9. Anno 2010 liggen de zaken geheel anders. De ‘shrimps’ zijn oerlelijk en hebben een voorkeur voor het eten van kadavers. Verder beschikken ze over geavanceerde wapens die alleen zij kunnen bedienen.

MNU voert geheime biotech experimenten uit op de aliens. Wikus van de Merwe (Sharlto Copley), de hoofdpersoon van deze 'mockumentary', werkt net als zijn schoonvader bij MNU. Het zijn natuurlijk slechte mensen maar goede wetenschappers daar die, geleid door internationale overheden, uitzien naar de macht over het ultieme vernietigingswapen. Als Van de Merwe besmet raakt wordt hij een onbetaalbare aanwinst voor defensie. Door zijn mutatie is hij de enige mens die de alien wapentechnologie kan bedienen. Merwe wordt gevangen genomen maar weet te onstappen. Wikus wordt de meest gezochte man op aarde want er zijn meerdere kapers op de kust, bijvoorbeeld de Nigerianen in Soweto. Wikus wil uiteindelijk gewoon maar een ding: huisje, boompje, beestje en zijn vrouw.

Blomkamp moest dus werken met een krap budget: 30 miljoen dollar voor een sciencefiction film is natuurlijk een schijntje. Vergelijk het met bijvoorbeeld Terminator 2 (1992) met een budget van 102 miljoen. Toch zou dat niet een excuus moeten zijn voor het matige resultaat. De zwakheden van District 9 gaan dan ook niet over de special effects en de actie. Maar door de actie krijgen de karakters geen diepgang en valt er voor de acteurs nauwelijks te acteren. Sharlto Copley die de naïeve Van de Merwe speelt vormt daarop een uitzondering. Hoewel Copley geen acteur is, is hij wel een van de ontdekkingen van dit decennium.

De eerste helft van de film roept Van de Merwe irritatie op. Je krijgt aanvankelijk geen hoogte van hem. Maar dan blijkt dat hij gewoon is wie hij is, a nice jerk, just like the rest of us. Zijn echtgenote is dol op hem. Helaas heeft Wikus geen zuivere schoonfamilie...

De film werd gedraaid in Soweto en het schijnt dat een deel van de bewoners hun armzalige krotten achter zich mochten laten in ruil voor betere huisvesting elders.

District 9 is gegoten in een reportage-stijl, in filmkringen ‘mockumentary’ genoemd. Een omstreden vorm, documentaire en film zijn immers zo goed als elkaars tegenpolen. Blomkamp is zich welbewust van de impact van deze stijl en gebruikt hem dan ook zo goed als continu.

Het plot is dan weliswaar simpel maar Blomkamp kaart gevoelige zaken aan, zeker in Zuid Afrika: deportatie van townships en de behandeling van de zwarte medemens. De exotische context werkt uitermate prikkelend. Uiteindelijk is District 9 niet slecht voor een debutant als Blomkamp die een groots regisseur achter hem had staan: Peter Jackson (Lord of the Rings trilogie). Zuid Afrika staat nu wellicht prominenter op de kaart in filmland. Hopelijk kunnen we nu meer werk uit dat gedeelte van de wereld tegemoet zien.

zondag 30 augustus 2009

Inglorious Basterds



Once upon a time in Nazi occupied France..

Regie en scenario: Quentin Tarantino
Waar: Trianon, dagelijks 21:30 (check web site)

Bij een film van Tarantino weet je je verzekerd van grafisch geweld, geestige dialogen en filmische verwijzingen. Ook Inglorious Basterds staat er weer bol van. In vijf hoofdstukken vertelt de film het verhaal van acht moordlustige Amerikaans-Joodse soldaten, the basterds, en over het met trauma beladen Joodse meisje Shosanna Dreyfus. Beiden willen wraak nemen op de nazis. In de loop van het verhaal komen de twee plotlijnen samen maar de personages blijven vreemden voor elkaar. Dat Tarantino de geschiedenis herschrijft, moet je voor lief nemen. Het verhaal heeft niets met de werkelijkheid te maken dus verwacht geen waarheidsgetrouwe oorlogsfilm. Tarantino maakte een spaghetti western in Frankrijk ten tijde van de tweede wereldoorlog, zoals hij zelf zegt. De filmmaker doet waar hij goed in is: bruut geweld marineren in humor en absurditeiten daarbij stevig knipogend naar B en cultfilms uit de jaren zestig en zeventig. Het blijft knap dat hij dat kan.

The Basterds, onder leiding van Lt. Aldo Raine (Brad Pitt), zijn net zo wreed als de vijand die ze bestrijden. Het zijn gewelddadige schoften die nergens voor terug deinzen. Raine beweert dat hij een sprankje indianenbloed heeft. Van elke basterd wenst hij niet minder dan 100 scalps te ontvangen. Om angst in te boezemen bij de duitsers laten ze altijd een van de militairen in leven zodat die verslag kan doen van het geweld dat hem bespaard is gebleven. Hoewel, voordat ze deze ‘uitverkorene’ laten gaan, kerven ze een swastika in diens voorhoofd.

Tarantino opent aanvankelijk lieflijk maar je weet dat het geweld bij Tarantino op de loer ligt. Hier bewijst de regisseur dat hij de beeldtaal uitstekend beheerst. Samen met cameraman Robert Richardson weet hij feilloos de toon te zetten met de lengte van de shots, de standpunten en de montage. Maar Tarantino is bovenal een acteursregisseur en in Inglorious Basterds is dat ook te weer te merken. Je voelt dus op je klompen aan dat dit straks helemaal uit de hand gaat lopen. Standartenführer Hans Landa (Christoph Waltz) is een ondergedoken Joodse familie op het spoor. Hij weet dat deze zich schuilt houdt in de boerderij van boer LaPadite. Landa krijgt het voor elkaar dat LaPadite breekt, puur door zijn uitstraling en bizarre charme. De Joodse familie Dreyfus wordt uiteindelijk ter plekke vermoord. Alleen het meisje Shosanna slaagt er in te vluchten. En natuurlijk komt ze later in het verhaal weer terug als de wraakzuchtige heldin. Je denkt meteen aan Uma Thurman in Kill Bill. Melanie Laurent, die de rol van Shosanna speelt, heeft zelfs iets weg van Thurman.

Christoph Waltz als Kolonel Hans Landa steelt de show. Terecht vond de jury in Cannes dit jaar dat Waltz een erkenning verdiende. Tarantino heeft gezegd dat Landa het meest gecompliceerde karakter is dat hij ooit heeft beschreven. Als de perfecte acteur voor deze rol niet gevonden zou worden zou Tarantino het hele project hebben afgeblazen. Aanvankelijk dacht hij aan Leonardo di Caprio. Maar, hoewel Di Caprio geen slecht acteur is, gelukkig is de keuze gevallen op de buiten Duitsland tamelijk onbekende Waltz.

Inglorious Basterds werd met gemengde reacties ontvangen. Tarantinos films kun je bewonderen, waarderen of verafschuwen. Feit is dat zijn films een genre op zich zijn geworden. De filmer, die zijn opleiding genoot aan de UCSC, kan het zich veroorloven de filmwetten te doorbreken en zelfs handgeschreven tekst aan het filmbeeld toevoegen om de identiteit van Göring en Bormann aan te geven als kopstukken tussen het publiek bij de premiere van Stolz der Nation.

Tarantino is er in geslaagd een Europese film te maken met een westernsausje, waarin Duits, Engels, Frans en Italiaans probleemloos naast elkaar kunnen worden gesproken. Natuurlijk zitten er in de film hier en daar wel wat blunders. En zo nu en dan verliest de schrijver Tarantino zich in te jeuïge dialogen. Maar de acteurs vangen dit zo goed op dat ik me er niet aan stoorde. Een groot voordeel van Inglorious Basterds is overigens dat Tarantino dit maal niet mee acteert..

vrijdag 17 juli 2009

Departures (Okuribito)


Regie: Yojiro Takita
Waar: Kijkhuis, dagelijks 22:00 uur

Een van de kenmerken van Japanse cinema is de hoge mate van esthetiek zonder daarbij per se zweverig te worden. De Japanse cultuur is rijk aan rituelen. Een van die rituelen is het afleggen van de overledene onder toeziend oog van de nabestaanden. De procedure is volgens strakke regels opgesteld door de eigenaar van NK agency, Sasaki. Zijn onderneming vormt het decor voor de zoektocht van Daigo die door het lot op een onalledaags pad uitkomt.

Daigo Kobayashi (Masahiro Motoki) raakt werkeloos als cellist wanneer zijn orkest wordt opgeheven. Het dure leven in Tokio dwingt hem om samen met zijn vrouw Mika (Ryoko Hirosue) te verhuizen naar zijn geboortedorp. Zijn overleden moeder heeft hem haar huis, een voormalige bar, en haar enorme collectie LP’s achtergelaten. Alle muziek was van Daigo’s vader die het gezin verliet om er met een jonge deerne vandoor te gaan toen Daigo zes jaar was. Vader was het ook die hem stimuleerde de cello te spelen, het Wiegenlied van Brahms was zijn favoriet.

Om brood op de plank te krijgen gaat Daigo, veroorzaakt door een misverstand, werken bij een begravenisondernemer. De eigenaar, Sasaki, vraagt hem of Daigo een harde werker is. Wanneer deze dat kan bevestigen neemt Sasaki hem aan omdat hij weet dat dit bizarre werk Daigo’s roeping is. Aanvankelijk schaamt Daigo zich voor zijn nieuwe baan. Hij vertelt niets aan zijn vrouw Mika die er uiteindelijk natuurlijk toch achterkomt. Als ze hem dwingt onmiddelijk hiermee te stoppen en hem dreigt met haar vertrek naar Tokio, laat Daigo haar gaan omdat hij vindt dat hij een verantwoordelijkheid heeft naar Sasaki en naar de doden en nabestaanden.

Zo zijn we getuige van verschillende afleggingen die regelmatig gepaard gaan met heftige emoties van de nabestaanden. Daigo doet het met een enorme toewijding en uiteindelijk weet hij bij de teruggekeerde Mika en een locale vriend respect af te dwingen wanneer een bijzonder sterfgeval hen bij elkaar brengt.

Takita, in eigen land een gevierd regisseur, brak internationaal door met The City that never sleeps (1993) en The Last Sword (2003). Het idée voor deze film heeft lang gebroed in het hoofd van de filmmaker. Hij bezocht begravenissen en ceremonies. De acteur die Daigo speelt, Masahiro Motoki, heeft een aantal jaren celloles genomen en ging in de leer bij een begravenisondernemer. Het verhaal is losjes geïnspireerd op het dagboek van een boeddhistische begravenisondernemer, Aoki Shinmon. Takita was bezorgd dat zijn film niet zou aanslaan. De dood is immers een groot taboe in Japan. Maar terecht heeft Departures heel wat prijzen in de wacht gesleept, in Azië en daarbuiten, onder andere de oscar voor Best Foreign Language film van 2009. De mooie Motoki, bekend van zijn rol in het briljante Shall We Dance? is ook dit maal weer een plezier om naar te kijken.

De soundtrack van de film bestaat onder andere uit het Wiegenlied en ook Ode an die Freude. Al duurt de film 130 minuten lang, vervelen deed ik me geen moment. Departures is een pure, emotionele, en niet platte film die iedereen zou moeten zien. Ondanks het onderwerp is er veel lichtheid en humor. De omgeving is voortdurend in ontwikkeling, het is lente en zomer én het is winter. En mensen, het valt op hoe jong ze vaak zijn, gaan dood. Maar gelukkig is er iemand als Daigo, die de dood tegen elk oordeel in verheft tot een levenskunst.

zaterdag 4 juli 2009

Che: The Argentine



Regie: Steven Soderbergh
Waar: Kijkhuis, dagelijks 22:00 uur

De regisseur van Che: The Argentine, Steven Soderbergh, maakte een ingetogen tweeluik over Erneste Guevara. Hij baseerde de films, want er zijn twee delen, op de overpeinzingen van de arts Guevara: “Reminiscences of the Cuban Revolutionary War”. Wie dit weekend verkoeling zoekt en daarbij een bespiegelende en leerzame film niet wil ontberen, rept zich naar het Kijkhuis waar deel een nog te zien is. Spijt zul je er niet van hebben. Bovendien staat deel twee voor volgende week geprogrammeerd!

Soderbergh leerden we eind jaren tachtig kennen met Sex, Lies and Videotape (1989). Toen liet hij zien dat hij een cineast pur sang is, eentje van wie we meer zouden gaan horen. En hij vervolgde met een indrukwekkend oeuvre, een kleine greep: Kafka (1991), King of the Hill (1993), Underneath (1995), Erin Brokovich (2000), Traffic (2001) en The Good German (2006).

Che: The Argentine wordt fragmentarisch verteld. Soderbergh springt heen en weer in de tijd en blijft dat grotendeels doen. Daarbij legt hij niets uit, wat hem overigens niet valt kwalijk te nemen. Wie meer wil weten over het onderwerp kan er een boek over lezen. Dus in deze ingekorte versie vaart Guevara in 1956 met 82 bannelingen vanuit Mexico naar Cuba om daar de revolutie in gang te zetten. Het plan mislukt en de 12 overgeblevenen (waaronder Fidel en Raùl Castro) hergroeperen zich in de bergen. In 1959 lukt het de ‘Beweging van de 26ste juli’ (M-26-7), zoals de revolutionairen zich noemden, het bewind van de dictator Batista omver te gooien. Daarbij worden ze gesteund door de meerderheid van de Cubaanse bevolking.

De rode draad door de film zijn de, zogenaamd authentieke, zwart-witbeelden van het bezoek van Guevara aan New York in december 1964. Tijdens dat bezoek spreekt Guevara op indrukwekkende en overgetelijke wijze de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe en wordt hij geinterviewd door de journaliste Lisa Howard (Julia Ormond). Hij ontmoet er ook de beruchte MacArthy die zelfs kan glimlachen om de openheid van deze charismatische aanvoerder in legergroen.

Met Che: The Argentine vervalt Soderbergh niet in dramatische clichés: violen ontbreken en ook de vaak gekunstelde manier om de motivatie van de hoofdpersoon te verduidelijken laat hij uitdrukkelijk weg. Soderbergh observeert slechts en zit de ingetogen Del Torro dicht op de huid. De militarie actie-scenes zijn niet sensationeel. Vaak is er maar een camerastandpunt en nauwelijks montage. Daardoor krijgen de beelden iets journalistieks en integers. Benicio del Torro heeft mij voor altijd overtuigd dat hij een van de beste contemporaine acteurs is. In Cannes ontving hij terecht een onderscheiding voor zijn rol als Guevara. Naast acteur was hij overigens ook een van de producers.

Voor de een was Guevara een terrorist, voor de ander een vrijheidsstrijder. In de vertelling van Soderbergh is Guevara vooral dat laatste. Uiteindelijk groeit hij uit tot de inspirerende revolutionair die ondanks zijn asthma vecht voor de revolutie die volgens zijn zeggen nooit ten einde komt. Guevara is een man met principes die hij zelf naleeft. Hij leest veel, weet waar die over praat en is welbespraakt. In de Motorcycle Diaries (2004) konden we al zien dat Guevara een uitstekende opvoeding genoot. En dat zijn motorreis als jonge arts hem op een ander pad zette dan zijn ouders zich wellicht hadden voorgesteld.

Voor de Amerikanen was Cuba een geval van ‘communism through the back door’. En Castro en Guevara belichaamden dit gevaar. Toen Guevara in 1964 New York bezocht waren er complotten om hem om het leven te brengen. Ook dat suggereert Soderbergh doeltreffend. Drie jaren later komt Guevara alsnog aan zijn eind, met inmenging van de CIA. Maar dat zal in deel twee (volgende week dus) aan de orde komen. Ga eerst deel een zien!






zaterdag 23 mei 2009

The Young Victoria

Regie: Jean-Marc Vallée
Scenario: Julian Fellowes

Waar: Kijkhuis, dagelijks 19:00 uur en 21:00 uur (check web site)

Sarah Ferguson, Duchess of York, Fergie in de volksmond, benaderde een van de grootste filmregisseurs aller tijden. Martin Scorcese hoorde het verhaal aan en was direct overtuigd. Hij vroeg Graham King, die de productie had gedaan van Scorsese’s recente films: The Departed, The Aviator en Gangs of New York, om samen met hem en Ferguson de productie op zich te nemen. De regie werd toevertrouwd aan een tamelijk onervaren regisseur, de Canadees Jean-Marc Vallee. Het resultaat is een film met mooie plaatjes, sfeervolle muziek en veel ingetoomde romantiek.

Victoria (Emily Blunt) groeit beschermd op en heeft een moelijke verhouding met haar moeder, the Duchess of Kent (Miranda Richardson) en diens starre secretaris Sir John Conroy (Mark Strong). Gelukkig kan Victoria het heel goed vinden met koning William IV, haar oom, die probeert om zijn leven te rekken zodat Victoria meerderjarig is en hem kan opvolgen. De koning heeft een gigantische hekel aan the Duchess of Kent en zet haar zonder aarzeling te kak in koninklijk gezelschap. Het is dan ook wel een serpent. Overbezorgd voor Victoria, ze mag niet eens alleen de trap aflopen, uit onvervalst opportunisme.

Op een dag komt de beschaafde en charmante Albert (Rupert Friend) uit Duitsland op bezoek bij Victoria. Koning Leopold van België probeert Albert en Victoria te koppelen. Een dergelijk huwelijk is namelijk goed voor zijn betrekkingen met Duitsland en Engeland. In het licht van de wereldpolitiek en ontwikkelingen toentertijd, niet onverstandig. Victoria heeft echter geen haast en ze stuurt Albert weg met de mededeling dat ze hem nu nog niet nodig heeft. Ze vindt hem best aardig maar echt indruk heeft hij niet op haar gemaakt. En dus keert Albert wat teleurgesteld terug naar Duitsland waar hij zichzelf onderwerpt aan danslessen. Albert houdt dan wel van (intellectuele) Shubert-muziek en Victoria van de (ordinaire) walsmuziek, hij wil laten zien dat het hem menens is.

The Young Victoria is een traditioneel gedraaid kostuumdrama met veel aandacht voor set design, kostuums en props. Het beslaat slechts een periode van drie jaar (1837 – 1840) en eindigt met de geboorte van kind nummer een. Samen zullen Victoria en Albert negen kinderen krijgen. Maar dat is hier geheel niet relevant. We zien ook niets van de tijdgeest of de politieke ontwikkelingen. De periode was zwanger van gebeurtenissen met Engelands dominante rol in de wereldpolitiek. En er was de industriële revolutie... in deze film komt dat niet aan bod. Wat we wel zien is dat Albert er humanistische ideeën op na houdt. En dat was in die tijd, zeker in hoge kringen, not done. Albert is dan ook een belangrijke schakel in de PR-machine van Victoria.

In dit verhaal zijn Victoria en Albert een leuk jong echtpaar dat het goed met elkaar kan vinden. Victoria heeft aanvankelijk moeite om haar verantwoordelijkheden te delen met Albert die zijn dominante rol als man wil laten gelden. De koningin blijft immers een vrouw! Maar wel een pittige! In werkelijkheid was Victoria maar 1 meter 50. Wanneer Albert in 1861 sterft is Victoria ontroostbaar en verslagen. Ze sluit zich gedurende twintig jaren af van het openbare leven. Het levert haar de titel ‘the widow of Windsor’ op.

Victoria bereikte een hoge leeftijd, ze leefde van 1819 tot 1901 en was de langst zittende regina van Engeland. Ze werd zelfs keizerin van India. Om The Young Victoria als een biopic te classificeren is niet helemaal terecht. Enkele incidenten zijn verdraaid, misschien om het voor de film sensationeler te maken. Alsof de werkelijkheid niet spectaculair genoeg zou zijn! Maar, de film is een professioneel en met veel liefde gemaakte kasteelroman. En dat is best genieten!

zaterdag 9 mei 2009

Star Trek, the future begins


Regie: Jeffrey Adams
Scenario: Roberto Orci en Alex Kurtzinan

Waar: Lido, 18:45 en 21:30 uur

Gene Roddenberry (1921 – 1991), de geestelijk vader van Star Trek dat uitgroeide tot een media franchise van heb-ik-jou-daar, heeft er niets mee te maken. Regisseur Jeffrey Adams (Cloverfield, 2008) blijkt in staat om ons een geloofwaardige prequel van Star Trek voor te schotelen: hij vertelt de voorgeschiedenis van wat ons reeds bekend is. Het aantrekkelijke van deze opzet is dat het zowel de old Trekkies als de nieuweling aanspreekt.

Regisseur Adams neemt ons mee naar het wel en wee van Starfleet. Dat speelt zich gedeeltelijk af op aarde: de Starfleet Academy ligt naast de Golden Gate brug, wat prachtige plaatjes oplevert. California State University Northgate stond model voor de buitenscenes van de Starfleet Academy, en die ligt niet naast de Golden Gate. De brug en de wolkenkrabbers zijn er gewoon virtueel bij gezet. Geen genre zo manipulatief als science-fiction!

Gelukkig is Adams, die de film geheel in California draaide, dicht bij de originele Star Trek-serie uit de jaren ’60 gebleven. Roddenberry keerde zelden naar de aarde terug. Dat kwam pas later in de speelfilms. We bevinden ons grotendeels in ruimteschepen en tussen sterrenstelsels en planeten. Door middel van warp-technologie (waardoor de ruimte vervormd wordt om de beperkingen van de relativiteitstheorie te omzeilen) kan men zich verplaatsen naar de verste ‘uithoeken’ van het heelal. Daar zijn zwarte gaten en, het gefingeerde, red matter allesvernietigend. Nero (Eric Bana) heeft zich afgescheiden van de Romulans om met een ruimteschip en enkele volgelingen het heelal onveilig te maken. Hij wil vooral wraak nemen op Spock. Wanneer Nero naar de aarde koerst om die, net als Vulcan (de thuisplaneet van Spock en de Vulcans), te vernietigen krijgt het verhaal een behoorlijke urgentie en ook prachtig conflictmateriaal. Dit in combinatie met het spelen met de tijd geeft onze helden de kans de geschiedenis naar hun hand te zetten. Star Trek staat bol van actie-scenes maar kent genoeg rustmomenten om er optimaal van te kunnen genieten.

Natuurlijk speelt Star Trek met de klassieke scheiding tussen goed en kwaad, zoals dat gebruikelijk is. Hoewel de mooie Eric Bana, bekend van zijn rol als Henry Tudor in The Other Boleyn Girl, mij niet overreden kon als de slechte Nero. Ook Chris Pine, die James T. Kirk speelt, is niet altijd even overtuigend. Deze Kirk heeft misschien iets te veel hufterige eigenschappen om hem charmant te vinden. Maar echt storend is dit uiteindelijk niet want Pine is wel een aardige verschijning en kan de rol zeker wegdragen. Pine kan zich echter nog niet meten met de eerdere, of latere - het is maar hoe je het bekijkt – Kirk (William Shatner), die inderdaad een vrouwverslindende macho was met een flinke dosis sex appeal. Ook een wat simpele ziel die het qua intellect moest afleggen tegen de briljante Spock, de half mens-half Vulcan. Adams besteedt ruimschoots aandacht aan de interactie tussen de twee mannen. En die gaat niet zonder slag of stoot, de twee zijn elkaars tegenpolen.

Dat de 78-jarige Leonard Nimoy, de acteur die vroeger Spock speelde, roept bij velen jeugdsentiment op. Deze oude Nimoy heeft veel weg van een Indiaans medicijnman met zijn verschijning en zijn wijsheden en bovennatuurlijke gaven. De oude Dr. Spock neemt James (Jim) mee op een hallucinerende reis door de tijd zodat James weet hoe te handelen. De jonge Dr. Spock (Zachary Quinto) is een wetenschapper die balanceert tussen twee culturen: die van de mens (emotie) en die van de Vulcan (verstand). Quinto is zeer overtuigend als de jonge Dr. Spock. Het schijnt dat hij en Nimoy dagen samen hebben doorgebracht – pratend en kijkend naar de oude televisie-serie. De moeder van Spock wordt gespeeld door Winona Ryder die met deze bijrol een schamele come-back maakt. Maar ze speelt haar rol zeker overtuigend genoeg.

Science fiction - wetenschap en literatuur - is natuurlijk een genre dat je moet liggen. Intergalactische oorlogen zijn visueel imposant en heerlijk afstandelijk, maar vooral interessant vanwege de strategie er achter. Bij Star Trek gaat het om het behoud van de hegemonie. En dan vooral om koploper te blijven in wetenschap en techniek. Het oude kennis is macht is ook hier van toepassing. Het is eigenlijk een soort internationale betrekkingen in de ruimte met diplomatie en real-politiek. De crew en de leiding van de ruimteschepen USS Kelvin en USS Enterprise zijn voorbeeldige helden die opereren binnen een smeltkroes van culturen. De Klingons komen in het geheel niet voor in deze Star Trek. Maar dat is niet zo verwonderlijk want die werden veel later geïntroduceerd in de Star Trek saga. Maar eerlijk gezegd miste ik ze wel. Er schijnt echter een heuse Klingon-opera in ontwikkeling te zijn in Nederland..

Adams is er in geslaagd het geheel te doorspekken met humor en verwijzingen. En op het eind weet hij de Trekkies onder ons zowaar te ontroeren. Ga dit meemaken.

zondag 26 april 2009

Mammoth

Regie en scenario: Lukas Moodysson
Waar: Kijkhuis Leiden, dagelijks 22:00 uur (check web site)

Er zijn films die bij het bekijken zo gewoon en alledaags overkomen dat je je er onbehaaglijk bij voelt. Mammoth is aanvankelijk zo’n film. Vrijwel direct weet je dat het geen komedie is. De rust doet vermoeden dat er binnenkort iets gaat gebeuren. Dit kan niet goed gaan. Maar ook die verwachting lost snel op. Mammoth is een nihilistische film over ongelijkheid en de negatieve gevolgen van globalisering, zonder dat expliciet te benadrukken.

Er zijn veel sympathieke momenten maar ook miserabele. We stappen in het leven van een jong en rijk gezin in Soho. Leo (Gael Garcia Bernal) en zijn vrouw Ellen (Michelle Williams) wonen in een luxe penthouse. Ze hebben een dochtertje van zeven ‘en een half’, Jacky, een noemenswaardige rol van Sophie Nyweide. Leo en Ellen zijn niet ongelukkig met elkaar maar ze werken beiden zo hard, Ellen als chirurg bij de eerst hulp en Leo als de CEO van zijn game software bedrijf, dat ze elkaar nauwelijks zien. Er woont een Fillippijnse nanny bij hen in, Gloria (Marife Necesito), die haar gezin heeft achtergelaten om in Amerika het grote geld te verdienen. Jacky ontwikkelt een warme liefde voor Gloria omdat haar moeder geen tijd voor haar heeft. Wanneer Leo naar Bangkok vertrekt voor een miljoenencontract, verandert er in het leven van Ellen niet veel. Wel merkt ze dat Jacky nog meer gaat hechten aan Gloria die haar Tagalog (een van de 171 talen die in de Filippijnen wordt gesproken) leert. Dan komt er voor Leo en Gloria een wake-up call...

Lukas Moodysson, die ook regisseur was van Fucking Amal, Together, Lilja fourever en Container zoomt altijd in familie-aangelegenheden. Dit thema werd/wordt nergens zo uitgediept als in Zweedse en Franse films. In die zin lijkt Mammoth het meest op het genre Bergmann of Truffaut. Alleen wordt er in Mammoth veel minder gepraat dan in de gemiddelde Franse film. Dat Moodysson een Zweedse benadering kiest is wel duidelijk: er zijn nogal wat reflectiemomenten.

Laat de film op je inwerken en wat overblijft: NY vanaf een dakterras, Bangkok vanuit een bus, olifanten in gevangenschap en opportunistische hoertjes en gelukzoekers, kinderprostitutie en de prachtige shots in het planertarium. Je krijgt ineens veel sympathie voor hard werkende mensen die vooruit willen in het leven. Niet die delinquente onruststokers, bij wijze van spreken. Neen, Gloria woont en werkt als nanny in Amerika om haar zoontjes later te kunnen laten studeren. Ellen doet er alles aan om haar zwaar gewonde patienten te laten overleven en Leo doet zijn best een eerlijk mens te blijven in de harde zakenwereld daarbij benadrukkend dat hij is opgevoed door hippies.

Mammoth is geen fenomenale film en het duurt een tijd voordat je er in komt. Eigenlijk kom je er nooit helemaal in en dat ligt niet aan de acteurs. Vooral de kinderen acteren uitzonderlijk goed. Misschien komt het door de verschillende verhaallijnen die Moodysson uitzet. In Mammoth zijn alle hoofdpersonages sympathiek. Conflicten komen voort uit de situatie waarin de personages zich bevinden. Deze welwillende mensen worden benadeeld door de wereld waarin zij leven. Maar Moodysson ziet wel licht aan het einde van de tunnel. Uiteindelijk hebben alle personages hun lot in eigen hand.

Volgers

HC CAFE

Mijn foto
Germany
Oude filmrecensies vanuit het HC Cafe met uitbaters Paul Arentshorst en Daan Schuijt, zaterdagmiddag van 17:00 - 19:00